Vrijwilliger Yolanda Muntz

Vrijwilliger Yolanda Muntz

Sinds 2012 hebben we een eigen tuin. In mijn beleving is deze groot (na 10 jaar in Amsterdam gewoond te hebben). Hij was flink verwilderd en stond veel te vol met grote bomen. Er was dus werk aan de winkel. Nou ja, er is nog steeds veel werk aan de winkel. De eerste zomer met onze tuin wilden we natuurlijk ook graag andere tuinen zien. Dus toen ik in het lokale suffertje las dat de tuin van landgoed Hindersteyn een weekend open zou zijn voor publiek, zijn we direct op de fiets gestapt. We zouden maar even gaan; wisten wij veel dat we héél lang zouden blijven. Voor we het wisten hadden we ja gezegd tegen het iedere dinsdag werken in de moestuin, samen met een leuke groep vrijwilligers.

We hebben ons eerst bekommerd om de rabarber. Maar vaak ging ik ook even helpen in de tomatenkas. Ik herinner me de gesprekken uit vroegere jaren met mijn moeder over onze tomatenplantjes die we toen allebei op het balkon hadden staan. Tomatenplantjes blijven voor mij altijd iets bijzonders hebben. Op Hindersteyn stonden wel 30 soorten!! Tegenwoordig houd ik me voornamelijk bezig met tomaten. En toen we hoorden dat Mevrouw Onkruid ging stoppen met haar tomatenteelt en de verkoop van zaadjes, kon ik het niet laten contact met haar op te nemen. Of zij nog tomatenzaadjes had? Jazeker! En met plezier heeft ze een heleboel zaadjes opgestuurd. Daarna zijn we met het hele team van Hindersteyn aan de slag gegaan. Ieder kreeg een aantal soorten tomatenzaadjes onder zijn hoede. Vele vensterbanken hebben vol gestaan met heel veel tomatenplantjes. Eind mei was het dan zo ver. Alle tomatenplantjes kwamen samen op Hindersteyn. En wat denk je? 30 soorten? Nee dit jaar hebben we 54 tomatenrassen in de kas kunnen zetten!! Van elke soort één. Behalve dan van mijn favoriet. Daar hebben we wel 8 planten van in de kas staan.

Geïnspireerd door Hindersteyn hebben we een deel van onze eigen tuin tot moestuin omgetoverd. “En dan ook nog Hindersteyn?” hoor ik je zeggen. Ja, het blijft een voorrecht om daar elke dinsdagavond naar toe te mogen gaan.

Yolanda Muntz

Bericht van de slangenmuur

Het tuinseizoen is ook op Hindersteyn weer begonnen!

In gedachten nog bij een zonovergoten weelde van Oost-Indische Kers en bloeiende Crocosmia aan het eind van het seizoen vorig jaar moesten we ons beeld schielijk bijstellen. De voorjaarszon bescheen een troosteloze border. Maar, hadden we iets anders verwacht? Eigenlijk niet natuurlijk. Werk aan de winkel dus. Handen uit de mouwen, de spades smachten naar de aarde en de kruiwagens wisten gelukkig de weg nog naar de slangenmuur.

Wij zagen het al helemaal voor ons: wieden, knippen, mesten, de grasrand mooi strak trekken zodat het weer gereed zou zijn voor de lente. Maar niets was minder waar, geruchten zoemden al rond… De Crocosmia stond te dicht op het leifruit, waardoor deze te weinig zon kreeg. En ja, op een slangenmuur heeft er maar één voorrang, en dat is leifruit.

250 bollen, 3 jaar geleden gepoot en inmiddels uitgedijd tot ‘weldoorvoede dames’, die verplaatsen we toch gewoon anderhalve meter… Hoezo werk aan de winkel?

De klei blijft ons verrassen, wil niet wijken van de spa, wil ook liever niet verplaatst worden, nee, die klei wil eigenlijk gewoon blijven liggen waar het ligt. Maar dan kent de klei ons nog niet dus met verve de spa erin en de riek onder de pollen. Gelukkig kwamen de mannen ons ook nog helpen waardoor de vaart er goed in kwam. Passen en meten met de pollen voor de juiste vorm en diepte, mesten en afdekken.

Het resultaat van een ochtend noeste arbeid is nieuwe huisvesting voor de Crocosmia op drie rondingen. We kunnen bijna niet wachten op het eindresultaat: klus geklaard, leifruit aangebonden, de kopjes van de Oost-Indische Kers boven de grond, de groene sprieten van de Crocosmia begluren hun nieuwe plek en als kroon op het werk een mooie strakke graskant.

Nog 7 nachtjes slapen en dan pas mogen we weer verder!

De slangenmeisjes Annerie en Jacomine

In de hemel

In de hemel

Mijn moeder had een volkstuin. En er was voor mij als tiener niets erger dan mee te moeten naar die volkstuin. Het zal geen pretje voor haar zijn geweest: zij was aan het genieten van het werken in de tuin en ik liep te zeuren dat ik weg wilde.
Wij woonden in Rotterdam, waar ik geboren en getogen ben. Mijn moeder echter zag het levenslicht in een klein dorpje in de Betuwe en wroeten in de aarde, het opkweken van groenten, etc. deed haar denken aan haar jeugd. Voor mij als tiener was het natuurlijk helemaal niet ‘cool’ om die zelfgekweekte groenten te eten, ik wilde Iglo uit de diepvries!

Die afkeer voor groentetuinen is nog lang gebleven. Tot ik een paar jaar geleden een vergadering had op Hindersteyn. Het verhaal van Erik en de rondleiding door de tuin van het kasteel maakte mij zo enthousiast dat ik, tot mijn eigen verbazing, dacht: hier wil ik ook werken! Gelukkig kwam er een jaartje later een plekje vrij: … in de groentetuin. Na een ‘sollicitatiegesprek’ in de gezellige keuken (waarin ik de afkeer van de groentetuin van mijn moeder natuurlijk niet gemeld heb) mocht ik het groenteteam gaan versterken.
Met veel enthousiasme en weinig kennis ben ik begonnen. Nog steeds is mijn sterkste punt het onkruidvrij maken van de groentebedden, maar beetje bij beetje krijg ik meer kennis over het beheer van een groentetuin. Wanneer wat geplant of gezaaid moet worden, welke groentesoorten wel of niet bij elkaar gezet kunnen worden bijvoorbeeld.

Iedere dinsdagavond in de zomermaanden voel ik mijzelf weer een gelukkig mens als ik aan de slag mag op het landgoed. Voor mij is er geen mooiere plek om met mijn handen in de aarde te ploegen, met als resultaat die heerlijke onbespoten verse groenten die we mee naar huis mogen nemen. Het gaat natuurlijk niet alleen om de plek maar zeker ook om de mensen waar ik die avonden mee werk. We hebben een hecht team en de aandacht die Erik voor zijn vrijwilligers heeft maakt deze dinsdagavond een fijne avond. Afsluiting met een kopje verse koffie en koek maakt de avond af. Daar heb ik graag 60 kilometer rijden voor over.

Als er een hemel is en mijn moeder ziet mij aan het werk in deze tuin, zal ze glimlachen en zeggen: “zie je wel, ik zei toch dat het leuk is”.

Erien Groot