Bericht van de slangenmuur

Het tuinseizoen is ook op Hindersteyn weer begonnen!

In gedachten nog bij een zonovergoten weelde van Oost-Indische Kers en bloeiende Crocosmia aan het eind van het seizoen vorig jaar moesten we ons beeld schielijk bijstellen. De voorjaarszon bescheen een troosteloze border. Maar, hadden we iets anders verwacht? Eigenlijk niet natuurlijk. Werk aan de winkel dus. Handen uit de mouwen, de spades smachten naar de aarde en de kruiwagens wisten gelukkig de weg nog naar de slangenmuur.

Wij zagen het al helemaal voor ons: wieden, knippen, mesten, de grasrand mooi strak trekken zodat het weer gereed zou zijn voor de lente. Maar niets was minder waar, geruchten zoemden al rond… De Crocosmia stond te dicht op het leifruit, waardoor deze te weinig zon kreeg. En ja, op een slangenmuur heeft er maar één voorrang, en dat is leifruit.

250 bollen, 3 jaar geleden gepoot en inmiddels uitgedijd tot ‘weldoorvoede dames’, die verplaatsen we toch gewoon anderhalve meter… Hoezo werk aan de winkel?

De klei blijft ons verrassen, wil niet wijken van de spa, wil ook liever niet verplaatst worden, nee, die klei wil eigenlijk gewoon blijven liggen waar het ligt. Maar dan kent de klei ons nog niet dus met verve de spa erin en de riek onder de pollen. Gelukkig kwamen de mannen ons ook nog helpen waardoor de vaart er goed in kwam. Passen en meten met de pollen voor de juiste vorm en diepte, mesten en afdekken.

Het resultaat van een ochtend noeste arbeid is nieuwe huisvesting voor de Crocosmia op drie rondingen. We kunnen bijna niet wachten op het eindresultaat: klus geklaard, leifruit aangebonden, de kopjes van de Oost-Indische Kers boven de grond, de groene sprieten van de Crocosmia begluren hun nieuwe plek en als kroon op het werk een mooie strakke graskant.

Nog 7 nachtjes slapen en dan pas mogen we weer verder!

De slangenmeisjes Annerie en Jacomine

In de hemel

In de hemel

Mijn moeder had een volkstuin. En er was voor mij als tiener niets erger dan mee te moeten naar die volkstuin. Het zal geen pretje voor haar zijn geweest: zij was aan het genieten van het werken in de tuin en ik liep te zeuren dat ik weg wilde.
Wij woonden in Rotterdam, waar ik geboren en getogen ben. Mijn moeder echter zag het levenslicht in een klein dorpje in de Betuwe en wroeten in de aarde, het opkweken van groenten, etc. deed haar denken aan haar jeugd. Voor mij als tiener was het natuurlijk helemaal niet ‘cool’ om die zelfgekweekte groenten te eten, ik wilde Iglo uit de diepvries!

Die afkeer voor groentetuinen is nog lang gebleven. Tot ik een paar jaar geleden een vergadering had op Hindersteyn. Het verhaal van Erik en de rondleiding door de tuin van het kasteel maakte mij zo enthousiast dat ik, tot mijn eigen verbazing, dacht: hier wil ik ook werken! Gelukkig kwam er een jaartje later een plekje vrij: … in de groentetuin. Na een ‘sollicitatiegesprek’ in de gezellige keuken (waarin ik de afkeer van de groentetuin van mijn moeder natuurlijk niet gemeld heb) mocht ik het groenteteam gaan versterken.
Met veel enthousiasme en weinig kennis ben ik begonnen. Nog steeds is mijn sterkste punt het onkruidvrij maken van de groentebedden, maar beetje bij beetje krijg ik meer kennis over het beheer van een groentetuin. Wanneer wat geplant of gezaaid moet worden, welke groentesoorten wel of niet bij elkaar gezet kunnen worden bijvoorbeeld.

Iedere dinsdagavond in de zomermaanden voel ik mijzelf weer een gelukkig mens als ik aan de slag mag op het landgoed. Voor mij is er geen mooiere plek om met mijn handen in de aarde te ploegen, met als resultaat die heerlijke onbespoten verse groenten die we mee naar huis mogen nemen. Het gaat natuurlijk niet alleen om de plek maar zeker ook om de mensen waar ik die avonden mee werk. We hebben een hecht team en de aandacht die Erik voor zijn vrijwilligers heeft maakt deze dinsdagavond een fijne avond. Afsluiting met een kopje verse koffie en koek maakt de avond af. Daar heb ik graag 60 kilometer rijden voor over.

Als er een hemel is en mijn moeder ziet mij aan het werk in deze tuin, zal ze glimlachen en zeggen: “zie je wel, ik zei toch dat het leuk is”.

Erien Groot